“De eerste laag zijn de dijken, en die blijven het belangrijkste preventieve verdedigingsmechanisme. Maar we zijn nu genoodzaakt om meer te doen, om de gevolgen van een eventuele waterramp te beperken. Zolang we tenminste aan de nieuwe doelstellingen willen voldoen zoals basisveiligheid voor alle burgers achter de dijken, het voorkomen van maatschappelijke ontwrichting bij een ramp en bescherming van vitale en kwetsbare infrastructuur”, vertelt Bart van der Veer van het Deltaprogramma Rijnmond-Drechtsteden. Dat de Nederlandse dijken alleen niet volstaan heeft veel te maken met een veranderend klimaat en een dynamischer natuurlijk systeem, vult Ferdi Timmermans van advies- en ingenieursbureau Movares aan.

De andere twee

De twee andere lagen zijn ruimtelijke inrichting en calamiteitenbestrijding. Bij de inrichting valt bijvoorbeeld te denken aan het hoger plaatsen van wegen en gebouwen en een alternatieve locatie van woonwijken, zo vertelt Van der Veer.
“Een hogere plaatsing van transformatorhuisjes kan voorkomen dat elektriciteit uitvalt. Een kleine verhoging kan al zorgen dat de kans met vele factoren wordt verkleind. Een voorbeeld uit de derde laag is de extra dijkbewaking bij dreigende situaties zodat er meteen maatregelen kunnen worden genomen. Preventieve evacuatie behoort hier ook ook toe, maar willen we het liefst voorkomen”, zegt Timmermans.

Gevolgschade

Het – naast preventie – inzetten op de andere lagen draagt bij aan de veerkracht en biedt meer handelingsperspectief, menen de twee. Timmermans: “Ook leidt meerlaagse benadering tot innovaties omdat die een prikkel geeft tot betere en slimmere oplossingen. Bij grote rampen is de economische gevolgschade soms vele malen groter, zoals bij de orkanen Katrina en Sandy. Als wegen, spoorlijnen en elektriciteit uitvallen is de ontwrichting compleet. Het tijdens een hoogwatercalamiteit in stand houden van vitale infrastructuur is cruciaal om de gevolgen te beperken, maar daar zijn wel maatregelen voor nodig.”
Daarom moet het belang breed worden onderkend en dienen verschillende stakeholders om de tafel te gaan, vindt Van der Veer. “Netbeheerders bijvoorbeeld moeten nog beter in beeld hebben wat de onderlinge afhankelijkheid is en wat hun rol kan zijn.”