Minister Melanie Schultz van Haegen van het ministerie van Infrastructuur en Milieu vindt het onze morele plicht die kennis en kunde in te zetten om landen met hun waterproblemen te helpen. Vanuit een maatschappelijke verantwoordelijkheid. Een mooi bijkomend voordeel is dat ook de bv Nederland daarvan profiteert.

Waar is Nederland zo goed in?

We staan natuurlijk internationaal bekend om de Deltawerken. Nog altijd komen vanuit allerlei landen mensen kijken naar de Oosterscheldekering, terwijl die al dateert uit 1986. Maar we hebben in de loop van de jaren ook geleerd dat je de natuur niet kunt blijven inperken met dammen en dijken. Sinds een aantal jaren bouwen we mét de natuur: zoals met de Zandmotor en Ruimte voor de Rivier. Water krijgt de ruimte. Ook daar komen mensen nu van heinde en verre naar kijken. Nederland staat daarnaast bekend om de integrale aanpak. Naast het voorkomen van een overstroming door zo sterk mogelijke waterkeringen, kun je ook waterveilig bouwen. Bijvoorbeeld door de kwetsbare installaties in een ziekenhuis niet in de kelder te plaatsen, drijvende woningen te bouwen of parken en pleinen geschikt te maken voor waterberging. Ook kennen we in Nederland een goed besturingssysteem met waterschappen, een Deltacommissaris en een Deltafonds waarin het geld structureel is geregeld. Van al die dingen kunnen ze in het buitenland leren.

Hoe groot is de Nederlandse watersector?

De watersector levert op dit moment een exportwaarde van ruim negen miljard euro. Het is een grote groeisector. In de watersector zijn de komende jaren 40.000 vacatures te vullen. Nederland staat in het buitenland bekend als: zij die alles weten van water en altijd kunnen helpen. Of, zoals Amerikaanse kranten schreven na orkaan Katrina in New Orleans: “Let’s bring in the Dutch.”
Waterbouw is een groeisector, een groeisector met een gezond eigen belang: om innovatief te blijven en ook de toekomstige overstromingsdreiging aan te kunnen, hebben we ervaring in het buitenland nodig. Nederland is te klein om alle nieuwe ideeën hier uit te proberen. De ervaring die we opdoen in het buitenland, kan later ook in Nederland noodzaak zijn.

Waar zet Nederland die kennis en kunde in?

Nederlandse waterbedrijven zijn op dit moment actief in meer dan 80 landen.  Zo is Nederland reeds jaren actief met de waterproblematiek van Jakarta. Vanaf 2009 werd de samenwerking intensiever vanwege een vraag om hulp vanuit de Indonesische overheid, na grootschalige overstromingen de jaren ervoor. Het programma is begin 2013 van start gegaan met het opstellen van een Masterplan en institutioneel raamwerk door Nederlandse experts. Het Masterplan is overigens deze maand (september 2014) gereed gekomen. De uitvoering van de eerste fase van het programma is al van start gegaan: versterking van de bestaande zeewering. Het is daarbij goed te realiseren dat planvorming voor dit soort grote projecten (investeringsvolume voor flood control en waterbeheer infrastructuur alleen al tien miljard dollar) ook in Nederland geruime tijd in beslag neemt. Wij worden gezien als de huisleverancier van kennis op dit gebied.

Hebben we Nederlandse oplossingen die in het buitenland kunnen werken?

Iedere plek is anders en vereist een eigen aanpak. Maar als je Manhattan neemt: er is daar weinig plek, net zoals in delen van Nederland. Zo hebben we in Scheveningen een boulevard en duin ineen gebouwd. En in Katwijk wordt gebouwd aan een parkeergarage in een dijk. In Rotterdam bijvoorbeeld zijn speciale waterpleinen gebouwd: waar een plein kan fungeren als waterberging. Dat soort oplossingen kunnen ook goed passen in een dichtbebouwde omgeving als Manhattan.

Waarom is er internationaal meer aandacht nodig voor water?

Volgens de laatste schattingen wonen in 2050 1.3 miljard mensen in overstromingsgevoelige gebieden. Dit is ongeveer 15% van de wereldbevolking. Het aantal watergerelateerde rampen neemt toe en de schade – materieel maar vooral ook in mensenlevens – wordt steeds groter. Nederland heeft de wereld veel kennis en kunde in watermanagement te bieden. Ik kan en wil niet toekijken hoe de gevolgen van overstromingen, droogte, orkanen en tsunami’s steeds groter worden. En daarom hamer ik internationaal op een preventieve aanpak. Voorkomen is beter dan genezen.