Dirk Eilander
Onderzoeker Kennisinstituut Deltares

Voor de pilot maakten de onderzoekers gebruik van zogenaamde citizen data die werden verkregen uit tweets die werden verzonden vanuit het overstromingsgebied. Eilander: “Je merkt dat veel mensen hun observaties tijdens een overstroming delen op Twitter. Oók als ze in nood zijn. Dat gebeurt wereldwijd. Begin 2015 kozen we voor Jakarta als locatie van de pilot.”

De keuze voor de Indonesische hoofdstad lijkt bijna vanzelfsprekend; 2,4 procent van de miljarden wereldwijde tweets, wordt verstuurd vanuit deze ‘twitterhoofdstad van de wereld’. “Bovendien heeft Jakarta elk jaar wel te maken met overstromingen”, gaat Eilander verder. “Samen met onze partner Floodtags analyseren we data die we verkrijgen uit de tweets. Dat gebeurt automatisch want we spreken hier over gemiddeld zo’n honderd berichten per minuut die worden verstuurd - op het hoogtepunt waren dat er zelfs negenhonderd per minuut. Het analyseren doen we in verschillende stappen: ten eerste kijken we of het woord overstroming, banjir in het Indonesisch, in de tweets voorkomt. Vervolgens wordt gekeken of het gaat om een unieke tweet en niet om een re-tweet. Vervolgens of er een locatie wordt genoemd in het bericht en tenslotte of de tweet ook een vermelding van een waterdiepte bevat. Uiteindelijk houden we zo’n duizend observaties over. Dit lijkt weinig in vergelijking met het startaantal, maar als je kijkt naar informatie over overstromingen wat tot nu toe beschikbaar is, is het al een enorme winst.”
  Wat het project uniek maakt, is het feit dat de verkregen data over de overstromingen worden gecombineerd met andere gegevens over het getroffen gebied. Eilander: “Zo weten we dat water zich na een periode van intense regenval concentreert op het laagste punt. Combineer dat met de data uit de tweets en hoogtemodellen van het gebied rondom Jakarta, en je creëert een kaart die realtime kan worden aangepast. Op deze manier kunnen hulpverleners bijvoorbeeld snel zien welke wegen nog beschikbaar zijn voor evacuatie. Tijdens de pilot bleken de gegevens van onze overstromingskaarten overeen te komen met de werkelijkheid.”

Hoewel de pilot dus als een succes mag worden beschouwd, zijn er volgens Eilander nog een aantal stappen die kunnen worden genomen voordat het systeem echt operationeel wordt. “De moeilijkheid zit hem erin dat je niet werkt met getrainde mensen. Daarom moet je een manier vinden om te achterhalen of de observaties die worden getwitterd echt betrouwbaar zijn”, vertelt hij. “We werken nu met de methode Wisdom of the Crowds. Hierbij ga je ervan uit dat informatie betrouwbaar is als veel mensen op dezelfde plek dezelfde data leveren of in dit geval, tweeten. Dit kan ook worden toegepast op gebieden die een grote waarschijnlijkheid op een overstroming hebben. Ook kun je rekening houden met accounts die in het verleden meerdere keren betrouwbare informatie hebben getweet. Als laatste kun je citizen data die worden gekregen via Twitter gaan crosschecken met fysiologische data die al bekend zijn. Uiteindelijke willen we leren wat de slimste manier is hoe we hiermee om kunnen gaan.”

Het is dan ook de bedoeling dat de methode overal ter wereld kan worden toegepast. “In Jakarta is het project natuurlijk ontzettend relevant, maar het is juist ook interessant hoe onze methode werkt op plekken waar bijvoorbeeld minder twitteractiviteit plaatsvindt. Of hoe de resultaten zijn als we het project verplaatsen naar een gebied als Duitsland, daar vinden ook overstromingen plaats, maar waar wel veel gegevens over die overstromingen beschikbaar zijn. Het is lastig om aan te geven wanneer ons project volledig operationeel kan worden ingezet, maar ik hoop zo snel mogelijk. Het doel is in ieder geval om volgend jaar een nieuwe pilot te laten lopen, maar het zou mooi zijn als onze data over uiterlijk vijf jaar toegankelijk is voor rampenbestrijding.”