De strijd tegen hoogwater en het behoud van genoeg zoet water gaan echter door. Nu in een uitgebreid deltaprogramma met vooruitblik dat elk jaar concreter wordt. Deltacommissaris Wim Kuijken vertelt meer.
 

Wat is er veranderd in het Deltaprogramma van nu vergeleken met dat van toen?

“Het Deltaplan dat na 1953 tot stand kwam was een plan in reactie op de Watersnoodramp. Het huidige nationale Deltaprogramma is geen reactie op een ramp, maar juist bedoeld om een ramp te voorkomen. Met de Deltawet heeft het huidige Deltaprogramma een institutionele basis. In deze wet is geregeld dat er een Deltafonds is waaruit maatregelen kunnen worden bekostigd. Ook is hierin vastgelegd dat er een deltacommissaris is die als regisseur van alle betrokken partijen jaarlijks een voorstel maakt voor de te nemen maatregelen in het kader van het Deltaprogramma voor waterveiligheid en zoetwatervoorziening.”

Hoe richt het Deltaprogramma zich op de toekomst?

“We zijn veilig, maar we blijven ook kwetsbaar. Er zal altijd aan de delta moeten worden gewerkt om veilig te blijven. We weten over langere perioden dat de temperatuur stijgt zoals ook de zeespiegel stijgt, terwijl de bodem langzaam daalt; het gat wordt dus groter. De vraag is dan hoe we ons moeten voorbereiden op een onzekere toekomst, waarvan we de richting kennen maar het tempo en de intensiteit van de veranderingen nog niet. In het Deltaprogramma werken we met deltascenario’s, die zijn gebaseerd op de meest actuele kennis van klimatologische en economische ontwikkelingen. We houden rekening met meerdere ‘mogelijke toekomsten’. Dat wil zeggen dat de voorgestelde maatregelen een antwoord moeten kunnen geven op alle te verwachten ontwikkelingen. Onze delta moet robuuster worden en daarvoor hebben we flexibele maatregelen nodig waarmee we kunnen inspelen op de ontwikkelingen zoals ze zich voordoen: een adaptieve aanpak. Niet te veel en niet te weinig, niet te vroeg en niet te laat.”

Welke deltabeslissingen zijn er in het vooruitzicht?

“Dit jaar komen de deltabeslissingen op de politieke agenda. Die beslissingen vormen de basis en het kader voor de te nemen maatregelen in de komende decennia, de zogenaamde Deltawerken van de toekomst. Kern daarvan is een nieuwe aanpak van zowel de waterveiligheid als de zoetwatervoorziening. Daarnaast geven de deltabeslissingen richting aan de concrete aanpak in de Rijn-Maasdelta, het IJsselmeergebied en de kust.”

Wat gaan we de komende jaren merken van de uitvoering van het Deltaprogramma?

“Er wordt nu in het hele land al hard gewerkt aan de uitvoering van dijkversterkingen, ruimte voor de rivier en de bescherming van de kust. Dat werk gaat door. Met de deltabeslissingen wordt de opgave aangescherpt. Nederland wordt veiliger, maar daar moeten we wel wat voor doen en meerdere decennia aan werken. Waar het veilig is moeten we de keringen goed onderhouden. Waar het veiliger moet worden, zullen verbeteringen worden uitgevoerd. Naast traditionele dijkversterkingen, ruimte voor de rivier en zandsuppleties, zal ook worden gezocht naar multifunctionele oplossingen, bouwen met de natuur en innovatieve maatregelen. Op enkele plekken kijken we naar een slimme combinatie met ruimtelijke inrichting en aanvullende rampenbeheersing. In stedelijke gebieden zal bij ruimtelijke plannen eveneens worden onderzocht hoe die klimaatbestendig kunnen zijn. Ook voor zoet water zijn er maatregelen. Die zijn heel gevarieerd omdat dat heel gebiedsafhankelijk is.”