Het afvalwater dat in een rioolwaterzuiveringsinstallatie (rwzi) binnenkomt bevat van alles, waaronder urine en poep. Dankzij een nieuwe toepassing met een zeer fijnmazig doek kunnen we een hoop vaste stoffen uit het afvalwater filteren. Zo’n zeventig procent van wat op het doek achterblijft is toiletpapier. Als we die cellulose –want dat is het- vervolgens scheiden kunnen we deze recyclen en inzetten voor de vervaardiging van polylactic acid, oftewel bioplastics. De installatie was al aan uitbreiding toe. In plaats van meer verwerkingscapaciteit, bestaat de uitbreiding uit het voorkomen van afval. De genoemde innovatie van het filterdoek zeeft water dus voordat het verder wordt gezuiverd in de rwzi”, vertelt Bob de Boer, projectleider bij het hoogheemraadschap.

Voordelen

Bioplastics kunnen traditionele plasticvarianten vervangen. Het afbreken van die laatste – uit oliën vervaardigde- soorten duurt relatief lang. Als die in de natuur terecht komen leveren ze vele jaren last op. Bioplastics degraderen veel sneller en dat komt volgens De Boer het milieu weer ten goede. Daarnaast verandert een afvalproduct zogezegd in een grondstof.
“Het gezuiverde afvalwater dat de rwzi verlaat is straks met fijnzeven net zo schoon als nu. Uiteindelijk bespaart de nieuwe toepassing ook geld”, vervolgt De Boer. “Voor het zuiveren van afvalwater is namelijk veel zuurstof nodig. Met fijnzeven ontstaat er minder vuil afvalwater, dus is er minder zuurstof vereist met lagere energiekosten als gevolg. Bovendien is er sprake van minder resterend slib waardoor we verwachten dat ook de kosten voor de verwerking daarvan dalen. Op de langere termijn moet er eveneens een opbrengst zijn. We willen graag aantonen dat de cellulose bruikbaar is en dat de stof in een later stadium weer verkocht kan worden.”

Samenwerking

Cellu2PLA, ofwel de omzetting van cellulose in polylactic acid, komt tot stand met behulp van financiering van het LIFE+ programma van de Europese Unie. Het hoogheemraadschap zocht hiervoor de samenwerking met afvalverwerker Attero en de STOWA (Stichting Toegepast Onderzoek Waterbeheer). De laatste monitort onder meer de effecten op het zuiveringsproces ná de nieuwe filtertoepassing. “Dankzij deze innovatie komt er veel minder vuil in de zuiveringsinstallatie terecht. Dat levert de vraag op wat dat doet met de aanwezige bacteriën, en wat de samenstelling zal zijn van het restslib.”
Inmiddels zijn de samenwerkingspartijen diverse testen en onderzoeken verder en moet de ingebruikname van het filter in 2016 een feit zijn en de eerste cellulose worden “geoogst”.

Schaalgrootte

Hoewel het systeem van filtering niet nieuw is, is de schaalgrootte dat volgens De Boer wel. “Meer projecten in Nederland richten zich op fijnzeven. Waterschap Noorderzijlvest bijvoorbeeld, haalt met een filter zeefgoed uit het afvalwater om later weer te vermengen met het restslib. Resultaat is dat er droger slib moet ontstaan dat beter kan worden verwerkt. Toch wordt de installatie in de Beemster de eerste van Europa die filtering op een dergelijk grote schaal toepast. In een later stadium wordt bekeken welke van de verschillende werkwijzen de meeste winst oplevert. Daarbij is het natuurlijk van belang dat de kosten zo laag mogelijk zijn, zodat de burger die betaalt aan de waterschappen er ook daadwerkelijk van profiteert.”