“Waterschappen hebben drie taken: zorgen voor veiligheid, zorgen voor voldoende en schoon oppervlaktewater en het zuiveren van afvalwater. Wij zijn per definitie langetermijndenkers. We passen ons land bijvoorbeeld aan, aan de toenemende overlast van piekbuien en watertoevoer van de grote rivieren. We moeten er ook voor zorgen dat we de klimaatverandering temperen. Dat is de reden dat we als samenwerkende waterschappen steeds innovatiever kijken naar het zuiveren van afvalwater. Dat zagen we vroeger alleen als afval; we zien het nu als bron voor allerlei grondstoffen. Een hele belangrijke is duurzame energie. Uit de rioolwaterzuiveringsinstallatie blijft schoon oppervlaktewater over. Het slib dat achterblijft, voerden we vroeger af naar verbrandingsovens. Tegenwoordig vergisten we dit slib. Dat doen we steeds slimmer. Met onze Energie- en Grondstoffenfabriek – de omgebouwde rioolwaterzuiveringsinstallatie – maken we bijvoorbeeld biogas, waarmee je van alles kunt doen. Gangbaar is nog steeds dat er elektriciteit en warmte mee wordt opgewekt. Je kunt het ook comprimeren of heel koud maken. Dan krijg je CNG of LNG waar je zware transporten op kunt laten rijden.”

Producent van grondstoffen

“De waterschappen hebben afgesproken dat ze in 2020 voor veertig procent in de eigen energiebehoefte voorzien. Daarna moeten we zo snel mogelijk energieneutraal worden. We lopen daar als Waterschap Valei en Veluwe op vooruit. Wij wekken nu al tachtig procent van onze benodigde energie zelf op. in 2020 zijn we energieneutraal. De essentie van de circulaire economie is dat je de hoogst mogelijke waarde aan je afval toekent. Grondstoffen hebben een hoge waarde, zeker waar het grondstoffen betreft die eindig zijn. Omdat we steeds meer techniek tot onze beschikking hebben, zijn wij in staat om ook steeds meer grondstoffen uit ons afvalwater te halen: fosfaat, stikstof, CO2, cellulose en alginaat. In onze ‘fabrieken’ in Amersfoort en Apeldoorn concentreren we ons vooralsnog op het winnen van fosfaat, dat is een eindige grondstof. Daar maken we kunstmest van. Het unieke in Amersfoort is dat deze kunstmest direct toepasbaar is.”

Gelijk speelveld

“De wet- en regelgeving rond producten uit afval is nog gebaseerd op de oude situatie. Dit betekent dat alles wat wij uit afvalwater produceren, nu nog een afvalstatus heeft. Dan kun je er eigenlijk weinig mee. Het heeft bijvoorbeeld heel lang geduurd voordat onze kunstmest mocht worden gebruikt. Als je de circulaire economie echt een boost wilt geven, moet de wetgever die afvalstatus schrappen en ‘onze’ producten gelijkstellen aan primaire grondstoffen. Op dat gelijke speelveld kunnen wij nog nadrukkelijker laten zien dat afvalwater de olie is van de 21e eeuw.”