Hiervoor werkt de Nederlandse ambassade aan het programma Max Value for WASH samen met Max Foundation in Bangladesh. ‘De problemen in Bangladesh hebben vooral met regels omtrent kwaliteit te maken.’
Dagelijks sterven er in de wereld achttien duizend kinderen als gevolg van vervuild drinkwater en slechte hygiëne. Het is niet voor niets dat veel ontwikkelingsorganisaties zich onder de noemer WASH bezighouden met toegang tot schoon drinkwater, sanitaire voorzieningen en hygiëne. Zo ook Max Foundation, die zich sinds 2005 inzet om kindersterfte te voorkomen. In 2012 startte de Nederlandse ngo het programma Max Value for WASH in moeilijk bereikbare gebieden in het zuiden van Bangladesh. In juni bezocht een hoge delegatie met onder meer minister Schultz van Haegen van Infrastructuur en Milieu één van de projecten daar.

Klimmen op sanitaire ladder

"De grote uitdaging in Bangladesh is dat de situatie er veel complexer is dan de statistieken ons willen doen geloven", vertelt Mark Ellery via Skype vanuit de Bengaalse hoofdstad Dhaka. De waterexpert en onafhankelijk adviseur woont sinds vijf jaar in Bangladesh en kent het land goed. Tot voor kort werkte hij als WASH-specialist bij de Wereldbank.

"98 procent van de bevolking heeft hier toegang tot drinkwaterbronnen en sanitair. Slechts drie procent van de bevolking heeft geen toilet, en doet zijn behoeften in het open veld." Mooie cijfers, maar schijn bedriegt. Ellery: "In twintig procent van de drinkwaterbronnen is arsenicum te vinden en de helft van de toiletten is niet hygiënisch. De kwaliteit van de bestaande voorzieningen valt dus erg tegen. De problemen in Bangladesh hebben dus niet zozeer met toegang, maar veel meer met kennis en regels omtrent kwaliteit te maken. Als die veranderen kan het land op de sanitaire ladder klimmen: de voorzieningen zijn nu nog te basaal."

Nauwe samenwerking met gemeenschap

Mede hierom koos Max Foundation Bangladesh uit om er zijn WASH-programma uit te rollen. De Nederlandse ambassade in Bangladesh bekostigt vijftig procent van het programma, op voorwaarde dat Max Foundation de andere helft van het bedrag zelf genereert uit onder meer het bedrijfsleven. Ellery kent het programma goed omdat hij het vorig jaar als onafhankelijke derde partij moest evalueren in opdracht van diezelfde ambassade. "We hebben veel mensen ontmoet die hebben geprofiteerd van waterpompen, toiletten op school en verbeterde toiletten thuis, maar dat zien we bij de meeste WASH-programma’s", zegt Ellery.
"Wat dit programma in het bijzonder goed doet is dat het nauw samenwerkt met lokale overheden en de gemeenschap die zelf verantwoordelijk wordt voor een pomp. Die twee ondertekenen een overeenkomst waarin de kwaliteitseisen van het drinkwater geformuleerd staan en ook eisen met betrekking tot inclusie: er mogen geen mensen worden buiten gesloten."

Zelf een toilet kopen

De gemeenschap wordt ook op een andere manier nauw betrokken: ze krijgen veel informatie over de gevolgen van slecht sanitair en slechte hygiëne. Ellery: "Pas als mensen zich realiseren dat zij en hun kinderen ziek worden door gebruik te maken van vieze en onhygiënische toiletten, zullen ze zelf willen investeren in een goed eigen toilet."
En dat werkt, zoals ook Carel de Groot, Eerste Secretaris en Expert Water van de Nederlandse Ambassade in Bangladesh onlangs zei. "Het is goed om te zien dat het hefboomeffect ook in de Max-dorpen in Bangladesh werkt. Het programma slaagt er in om met minimale subsidies een maximaal aantal toiletten te realiseren. Veel mensen kopen nu een toilet met hun eigen geld." In de dorpen waarin het programma wordt uitgerold wordt dertien keer sneller een toilet aangeschaft dan in de dorpen waar Max Foundation niet actief is.

Strengere afspraken

Het onderzoek van Ellery leverde ook enkele aanbevelingen op. Zo zou er op het gebied van sanitaire voorzieningen nog marktgerichter gewerkt kunnen worden. "Een nauwere samenwerking met degenen die de open latrines legen en met de metselaars die de nieuwe latrines bouwen en hen helpen bij het ontwikkelen van businessmodellen zal uiteindelijk huishoudens helpen om een stapje verder te komen op de sanitaire ladder."
Dit past goed bij de aanpak van Max Foundation, die al samenwerkt met de World Bank om deze lokale (sanitatie-)ondernemers te trainen in het produceren en in de markt zetten van kwalitatieve en hygiënische toiletten. Ook krijgen deze ondernemers de mogelijkheid om via microkrediet hun toiletten te verkopen, waardoor mensen de toiletten op afbetaling kunnen kopen.

Groeiachterstand

Op basis van een andere aanbeveling bedachten Ellery en Max Foundation een project om groeiachterstand tegen te gaan. Dat is een veelvoorkomend probleem in Bangladesh dat met betere hygiëne voorkomen kan worden.
Ellery: "We moeten de bevolking laten zien dat kinderen onder de twee jaar niet tussen de kippen moeten kruipen en op een mat moeten spelen in plaats van in de modder." In dit project worden gemeenschappen getriggerd om mee te denken en de verantwoordelijkheid te nemen om kinderen gezond te laten opgroeien. "We proberen de gevolgen van verschillende interventies te meten en zo in kaart te brengen welke het meest succesvol zijn."
Dat de organisatie meteen handelt na dit soort aanbevelingen, zorgt er volgens Ellery voor dat het Max Value for WASH-programma interessant is voor de Nederlandse ambassade. "De Nederlandse ambassade sponsort ook BRAC for WASH, wat een gigantisch programma is. De Max Foundation is leergierig, bereid tot innovatie en heeft weinig overhead waardoor ze snel kan handelen. De ambassade kan zo met behulp van Max Foundation ideeën testen die ze kunnen afzetten tegen wat ze met BRAC doen."

Max Foundation

Max Foundation werd in 2005 opgericht door ondernemers Steven en Joke Le Poole, na het overlijden van hun acht maanden oude zoontje Max.

De stichting is steeds op zoek naar de meest effectieve aanpak van kindersterfte en hanteert hierbij bedrijfsprincipes. Max Foundation hielp in haar korte bestaan al ruim één miljoen mensen met water, sanitatie, hygiëne, gezonde voeding en veilig moederschap.